|
In dit gedeelte van de website meisjesbesnijdenis vindt u een aantal protocollen en standpunten die bedoeld zijn voor professionals die in aanraking komen met meisjesbesnijdenis.
Wie?
Vragen
Gespreksprotocol Meisjesbesnijdenis voor de Jeugdgezondheidszorg Het gespreksprotocol meisjesbesnijdenis biedt handvatten aan artsen en verpleegkundigen in de jeugdgezondheidszorg om het onderwerp vrouwelijke genitale verminking met de ouders (en kinderen) afkomstig uit risicolanden, bespreekbaar te kunnen maken. Het gespreksprotocol gaat uit van de contactmomenten binnen het Basis Taken Pakket. In 2010 is dit protocol door RIVM/Centrum Jeugdgezondheid in samenwerking met Pharos omgezet naar “Standpunt Preventie van vrouwelijke genitale verminking (VGV) door de Jeugdgezondheidszorg”. Doel: Bieden van handvatten voor JGZ-artsen en -verpleegkundigen voor het bespreekbaar maken van het onderwerp VGV ter preventie van meisjesbesnijdenis. Doelgroep: Artsen en verpleegkundigen werkzaam in de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar. Inhoud: Het gespreksprotocol Meisjesbesnijdenis bevat:
Het Standpunt Preventie VGV door de JGZ vervangt het gespreksprotocol meisjesbesnijdenis. Het biedt handvatten aan artsen en verpleegkundigen in de jeugdgezondheidszorg om het onderwerp vrouwelijke genitale verminking met de ouders (en kinderen) afkomstig uit risicolanden, bespreekbaar te kunnen maken. Het gaat uit van de contactmomenten binnen het Basis Taken Pakket. Doel: Ondersteunen van de JGZ- professional bij het voorkomen en signaleren van (de gevolgen van) VGV Doelgroep: Professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar. Inhoud: Het Standpunt VGV bevat:
Professionals die te maken krijgen met (een vermoeden van) meisjesbesnijdenis, moeten vervolgens ook de informatie hebben hoe adequaat te handelen. Pharos heeft in samenwerking met FSAN, AMK, Bureau Jeugdzorg, Politie en Justitie en de Raad voor Kinderbescherming een ‘Handelingsprotocol’ ontwikkeld. Doel: Het protocol geeft zicht op hoe te handelen vanaf het moment van melding of een adviesvraag bij het AMK en ook over wie de professionals daarbij op welke moment kunnen inschakelen. Bovendien bevat het handelingsprotocol informatie over doorverwijzing naar de volgende schakels in de keten zoals de Raad voor de Kinderbescherming, politie en OM. Doelgroep: Het handelingsprotocol is bedoeld voor iedere professional en vrijwilliger die te maken krijgt met (een vermoeden van) vrouwelijke genitale verminking bij minderjarigen. In het bijzonder is het bedoeld voor medewerkers van het AMK/BJZ, de Raad voor de Kinderbescherming en de politie. Inhoud: In dit protocol wordt uitgegaan van twee scenario’s:
In het handelingsprotocol wordt van beide bovengenoemde scenario’s de handelingsroute beschreven.
Preventie, begeleiding en behandeling van vrouwen met status na vrouwelijke genitale verminking. Pharos heeft in samenwerking met de NVOG en 12 andere beroepsverenigingen in 2009 gewerkt aan de ontwikkeling van een "Modelprotocol medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV)”. In juni 2010 heeft dit modelprotocol zijn definitieve status gekregen. Doel: Dit modelprotocol beoogt aanbevelingen te doen over de wijze waarop verschillende medische beroepsgroepen medische, psychosociale en seksuologische zorg kunnen bieden aan meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn van vrouwelijke genitale verminking. Dit modelprotocol gaat zowel over preventie, als over spoedeisende hulp, als over de zorg op langere termijn, wanneer de vrouw of het meisje klachten ontwikkelt. Doelgroep: Verschillende medische beroepsgroepen die in aanraking komen met meisjes of vrouwen die slachtoffer zijn van vrouwelijke genitale verminking. Inhoud:
|
Standpunt Preventie van Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) door de Jeugdgezondheidszorg