Pharos visie en beleid

Besnijdenis is een verminkende ingreep, die grote lichamelijke, geestelijke en seksuele gevolgen heeft voor de betrokken meisjes. Het is, naast een vorm van kindermishandeling, een schending van het recht op gezondheid en het recht op bescherming tegen schadelijke traditionele praktijken.

Meisjesbesnijdenis is diep geworteld in de cultuur van diverse risicogroepen en kan niet los gezien worden van de genderverhoudingen daarbinnen. De argumenten die aangehaald worden om vast te houden aan het culturele gebruik zijn divers: religieuze overtuiging, het beschermen tegen de lustgevoelens van meisjes, argumenten rondom reinheid en schoonheid, rondom het veilig stellen van de toekomst van het meisje (huwbaar maken) en de behoefte om een goede ouder te zijn, waar het besnijden van je dochter een elementair onderdeel van is. Moeders die zelf besneden zijn en overgehaald moeten worden om hun dochters niet te besnijden, moeten vaak onderogen zien dat de pijn en andere gevolgen die ze zelf doorstaan hebben, eigenlijk vermijdbaar waren en niet noodzakelijk.

Ouders en meisjes informeren over het wettelijke verbod, de kans op berechting en de schadelijke effecten voor het meisje is belangrijk. Echter, in het komen tot de beslissing om dochters niet te laten besnijden, doorlopen ouders vaak een aantal fasen. Het proces start met bewustwording dat er überhaupt een keuzemogelijkheid is. Pas dan kunnen de argumenten om voor of tegen te kiezen, bespreekbaar gemaakt worden. In de praktijk blijkt, ook internationaal, dat de fase waarin op zoek wordt gegaan naar voor- en tegenargumenten terugkeert. Dat veelal op verschillende momenten in het leven van zowel de ouders als het meisje de keus gemaakt wordt om haar wel of niet te laten besnijden. Een en ander betekent dat het gevaar niet snel geweken is.
Al deze zaken maken de bestrijding van meisjes-besnijdenis complex. Bestrijding en preventie vraagt om een brede, gerichte, en interculturele aanpak. 

Bij het uitbannen van VGV is de rol van zelforganisaties en mensen uit de risicogroepen van doorslaggevend belang. Om succesvol te zijn in voorlichtingsactiviteiten en preventie, dienen zij daarin een grote rol te spelen. Unicef stelt in het rapport uit 2005 over VGV, dat de collectieve en publieke afwijzing van VGV door de gemeenschap zelf, doorslaggevend is bij de uitbanning van VGV. 

Preventie van meisjesbesnijdenis dient geplaats te worden in de bredere context van genderverhoudingen, empowerment en sexual health.
Pharos is door de Nederlandse overheid aangewezen als landelijk kenniscentrum preventie VGV, zodat iedereen kan profiteren van de jarenlange ervaring van Pharos. 
Plan van aanpak VGV
Meerjarenprogramma VGV 2010-2013

Print
Sluit venster