Pharos visie en beleid

Besnijdenis is een verminkende ingreep, die grote lichamelijke, geestelijke en seksuele gevolgen heeft voor de betrokken meisjes. Het is, naast een vorm van kindermishandeling, een schending van het recht op gezondheid en het recht op bescherming tegen schadelijke traditionele praktijken.

Meisjesbesnijdenis is diep geworteld in de cultuur van diverse risicogroepen en kan niet los gezien worden van de genderverhoudingen daarbinnen. De argumenten die aangehaald worden om vast te houden aan het culturele gebruik zijn divers: religieuze overtuiging, het beschermen tegen de lustgevoelens van meisjes, argumenten rondom reinheid en schoonheid, rondom het veilig stellen van de toekomst van het meisje (huwbaar maken) en de behoefte om een goede ouder te zijn, waar het besnijden van je dochter een elementair onderdeel van is. Moeders die zelf besneden zijn en overgehaald moeten worden om hun dochters niet te besnijden, moeten vaak onder

ogen zien dat de pijn en andere gevolgen die ze zelf doorstaan hebben, eigenlijk vermijdbaar waren en niet noodzakelijk.

Ouders en meisjes informeren over het wettelijke verbod, de kans op berechting en de schadelijke effecten voor het meisje is belangrijk. Echter, in het komen tot de beslissing om dochters niet te laten besnijden, doorlopen ouders vaak een aantal fasen. Het proces start met bewustwording dat er überhaupt een keuzemogelijkheid is. Pas dan kunnen de argumenten om voor of tegen te kiezen, bespreekbaar gemaakt worden. In de praktijk blijkt, ook internationaal, dat de fase waarin op zoek wordt gegaan naar voor- en tegenargumenten terugkeert. Dat veelal op verschillende momenten in het leven van zowel de ouders als het meisje de keus gemaakt wordt om haar wel of niet te laten besnijden. Een en ander betekent dat het gevaar niet snel geweken is.
Print
Sluit venster