| Het was al jaren niet meer voorgekomen: meisjesbesnijdenis als onderwerp in het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer in Den Haag. Maar dit voorjaar stond het thema vrouwelijke genitale verminking op de parlementaire agenda. Zelfs twee maal; op 27 maart en 17 april. Aanleiding voor de vergaderingen was ondermeer de VWS beleidsbrief ‘Beschermd en Weerbaar’ van staatssecretaris Bussemaker. De kamerleden waren zeer te spreken over het beleid en over de resultaten die geboekt zijn in de pilotgemeenten. Naast de staatssecretaris waren ook de bewindslieden Rouvoet (minister Jeugd en Gezin) en Hirsch Ballin (minister van Justitie) van de partij.
Verschillende aspecten kwamen aan de orde. Er was aandacht voor de wijze waarop plastisch chirurgen met dit thema om zouden moeten gaan en de vraag of deze beroepsgroep hierover richtlijnen moet vormen. Ook kwam de wens van een veroordeling aan bod. Een strafproces kan veel (media)aandacht genereren wat weer een preventieve werking zou hebben. Sommige parlementariërs kijken met enige afgunst naar Frankrijk, waar de laatste jaren 37 mensen zijn veroordeeld in verband met meisjesbesnijdenis.
Cijfers van het laatste kwartaal van 2007 laten zien dat er bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) 22 consultatievragen zijn gesteld en 15 meldingen zijn gedaan. Zes meldingen kwamen bij de Raad voor de Kinderbescherming terecht. Veel kamerleden vroegen zich af waarom die meldingen tot nu toe niet hebben geleid tot een veroordeling.
Enkele resultaten van de besprekingen
1. Staatssecretaris Bussemaker heeft een prevalentie onderzoek toegezegd. Dat betekent dat onderzocht zal worden in hoeverre het besnijden van meisjes voorkomt, danwel in hoeverre er in Nederland vrouwen wonen die besneden zijn.
2. Het ministerie van VWS onderzoekt op welke wijze er wordt omgegaan met meldingen over meisjesbesnijdenis bij het AMK.
3. De staatssecretaris is van mening dat er nu een morele meldplicht is, en dat de voor- en nadelen van een meldplicht uitgezocht zullen worden. Dat was voor kamerlid Arib (PvdA) niet voldoende. Zij heeft een ondersteunde motie ingediend waarin staat.
a) dat de Tweede Kamer voor 1 september 2008 geïnformeerd zal worden welke acties er zijn genomen naar aanleiding van de meldingen bij het AMK, en
b) dat Arib voor 1 september 2008 geïnformeerd wil worden over de mogelijkheid tot invoering van een meldplicht voor kindermishandeling.
4. Kamerlid Agemda (PVV) heeft een motie ingediend over zowel de werkwijze van het AMK als het stimuleren van tips om vrouwelijke genitale verminking op te sporen: ze verzoekt de regering te bewerkstelligen dat de politie tipgeld kan en gaat uitloven. De staatssecretaris was van mening dat tipgeld overbodig is; en dat door middel van de motie van Arib al toegezegd is dat het werkproces van het AMK met betrekking tot meldingen onderzocht zal worden.
5. De staatssecretaris wil met Pharos een conferentie organiseren over medische gevolgen. De resultaten van deze conferentie dienen als voeding voor vervolgprojecten. Ook de resultaten vanuit de pilotgemeenten dienen als basis voor vervolgbeleid.
6. De staatssecretaris heeft aangekondigd op werkbezoek naar Frankrijk te gaan, om daar zelf te onderzoeken waarom daar wél veroordelingen plaatsvinden.
Op kamerlid Agema van de PVV na was iedereen zeer te spreken over het beleid. Zonder uitzondering vinden alle kamerleden vrouwelijke genitale verminking een zeer belangrijk thema. Minister Rouvoet benadrukte enkele malen de wijze waarop kindermishandeling wordt aangepakt. Het onderwerp staat bij dit kabinet hoog op de agenda. Ook hij en de minister van Justitie willen graag onderzoeken of het invoeren van een meldplicht kan bijdragen aan de bescherming van kinderen. De kritiek van Agema over de kwaliteit van de AMK’s verwerpt hij.
Nieuwe ontwikkelingen naar aanleiding van de besprekingen worden in deze actualiteitenrubriek gepubliceerd.
|