| In de Volkskrant van 29 januari jongstleden is een redactioneel stuk (pagina 11) opgenomen met als titel ‘Genitale verminking vereist gerichte aanpak’. In dit artikel staan een aantal punten die Pharos onderschrijft, maar ook een paar feitelijk onjuistheden die hieronder worden toegelicht. Proefprojecten
Allereerst is de constatering dat de proefprojecten die het ministerie van VWS heeft laten uitvoeren ‘zonder enig resultaat blijven’, een verkeerde conclusie. In het door een onafhankelijk bureau uitgevoerde onderzoek naar de resultaten van de pilots wordt geconstateerd dat er in de sfeer van de preventie van vgv juist vooruitgang is geboekt. Deze aanpak lijkt zijn vruchten af te werpen, hoewel er ook nog veel door te ontwikkelen is. Alle bij de pilots betrokken partijen hebben die conclusie onderschreven.
Wat wel klopt in het commentaar is de constatering dat van vervolging nog geen sprake is geweest. Op dit terrein zijn er nog geen resultaten. Er wordt nog te weinig gemeld, zowel bij zorgverleners als vanuit de risicogemeenschap. In overleg met het Ministerie van VWS hebben betrokken partijen afgesproken de meldingsbereidheid onder beide groepen te gaan stimuleren.
In het commentaar wordt een onjuiste tegenstelling gecreëerd tussen preventie (stimuleren van gedragsverandering) en wetshandhaving. Uit internationale ervaringen en diverse VN-onderzoeken blijkt dat preventie en wetshandhaving hand in hand gaan en elkaar versterken.
Rol van risicogemeenschappen en geestelijk leiders
De conclusie dat er niet teveel moet worden verwacht van “een beroep op de gemeenschappen en hun geestelijk leiders om besnijdenis af te wijzen” is feitelijk onjuist.
Een belangrijke bijdrage aan de proefprojecten in de zes pilotsteden is toe te schrijven aan de mensen uit de risicogroepen zelf. Vele landelijke en lokale zelforganisaties spreken zich al jaren publiekelijk en fel uit tegen vgv én zijn heel actief in de bestrijding ervan. Een van de spelers hierin is de landelijke koepel Federatie van Somalische Associaties Nederland (FSAN). Zij trainen sleutelpersonen die vervolgens voorlichting geven binnen de eigen gemeenschap over het verbod en de consequenties van vgv. Daarbij wordt een speciale rol toebedeeld aan jongeren.
Internationaal is door islamitisch geestelijk leiders uitgesproken dat vgv geen relatie heeft met de islam en verwerpelijk is. In Nederland hebben een aantal islamitische leiders een verklaring uitgegeven waarin zij de islamitische gemeenschap oproepen om te stoppen met alle vormen van vgv.
Uit onderzoek blijkt dat veel risicolanden met succes uitgebreide voorlichtingscampagnes organiseren, gericht op het uitbannen van vgv. Deze campagnes hebben effect en hebben in diverse landen tot gedragsverandering en vermindering van vgv geleid.
Gerichte aanpak van vgv en contract
Dat vgv om een gerichte aanpak vraagt zoals de kop van het commentaar luidt, klopt. De staatssecretaris zet daar terecht stevig op in omdat de bescherming van meisjes voorop staat en vgv onacceptabel is.
De staatssecretaris stelt voor om ouders een verklaring te laten tekenen bij het reizen naar het land van herkomst ter bescherming van meisjes. In Frankrijk wordt een dergelijk document gebruikt als preventief instrument. Het betreft een document dat door de arts wordt verstrekt en vrijwillig wordt ondertekend door de familie. Dit document dient ter ondersteuning van de betreffende familie om zich te verweren tegen een eventuele sociale druk om toch tot besnijdenis over te gaan in het land van herkomst. Het is zeer aan te bevelen om na te gaan hoe dit instrument ook in Nederland kan worden ingezet.
Monica van Berkum
directeur Pharos
|