Risicogroep in Nederland: bijna 25.000 meisjes
| In Nederland wonen ongeveer 25.000 meisjes tussen 0 en 20 jaar, die een vader en/of moeder hebben uit een land waar meisjesbesnijdenis veel voorkomt. Tot deze telling kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dit jaar. Tot nu toe werd uitgegaan van een risicogroep van 16.000 meisjes. De meeste meisjes uit deze risicogroep komen uit Egypte, Ghana, Soedan en Somalië. In totaal bestaat de uit risicolanden afkomstige gemeenschap in Nederland uit iets meer dan 125.000 mannen en vrouwen. Dit is de doelgroep voor preventieactiviteiten. | worden. Een schatting van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg heeft in 2005 gesteld dat het minimaal 50 meisjes per jaar zijn. Prevalentiecijfers koppelen aan de hoeveelheid meisjes die vanuit dat land in Nederland woonachtig zijn leveren geen betrouwbaar beeld op. Een voorbeeld. In Ghana wordt 4% van de meisjes besneden. In het Oosten is een gemeenschap waar de prevalentie boven de 80% ligt, terwijl het in andere gebieden helemaal niet voorkomt. Aan de andere kant is afkomstig zijn uit een gemeenschap waar het besnijden van meisjes geen gebruik is, is geen garantie voor de veiligheid van een meisje: als een vrouw trouwt met een man uit een gemeenschap waar het wel voorkomt, lopen zij en haar toekomstige dochter een risico. De cijfers geven de grootte van de groep aan, maar bieden dus geen uitsluitsel. De 25.000 meisjes behoren tot een risicogroep, maar of er daadwerkelijk een risico is hangt af van haar familie, en niet van haar land van herkomst. |
Terug naar nieuwsoverzicht