| Het ministerie van VWS heeft gedurende de periode 15 maart- 13 april 2010 de Verklaring tegen Meisjesbesnijdenis getest bij de GGD Amsterdam. Het doel van deze test was inzicht te krijgen in:
a) hoe ouders het ondertekenen van de verklaring ervaren.
b) of de boodschap goed overkomt.
c) hoe de JGZ het aanbieden van deze verklaring ervaart.
d) of er aanpassingen nodig zijn. Wat is de ‘Verklaring tegen meisjesbesnijdenis’?
De Verklaring die in Amsterdam is getest bestaat uit twee onderdelen: een verklaring die de ouders vrijwillig kunnen ondertekenen en een bijbehorende brief van het Ministerie van VWS. In de verklaring staat dat de dochter van betreffende ouders niet besneden is, dat de ouders hun dochter niet zullen laten besnijden, dat ze op de hoogte zijn van de negatieve gevolgen van meisjesbesnijdenis en dat de ouders weten dat meisjesbesnijdenis in Nederland strafbaar is. In de bijbehorende brief van het ministerie van VWS staat dat meisjesbesnijdenis schadelijk is en in Nederland strafbaar. De verklaring en brief hebben als doel om de ouders een ‘steuntje in de rug’ te geven als zij de druk van de familie ervaren om hun dochter wel te laten besnijden. Het wordt daarmee als instrument ter preventie van meisjesbesnijdenis ingezet.
Proef in Amsterdam
De verklaring en bijbehorende brief waren in drie talen beschikbaar: Nederlands, Engels en Arabisch. Daarnaast is er een folder ontwikkeld voor de ouders (met achtergrondinformatie over de verklaring) en een werkinstructie voor de JGZ. Gedurende de periode tussen 15 maart en 13 april 2010 is de verklaring 28 keer besproken en uitgereikt door de JGZ verpleegkundigen en artsen aan ouders die met hun dochter (in de leeftijd 0–12 jaar) op een regulier consult kwamen. Daarnaast is de verklaring en brief ook voorgelegd aan en besproken met de bij VGV betrokken zelforganisaties.
De reacties op invoering van de verklaring zijn:
1. Zowel de JGZ als de zelforganisaties staan in beginsel positief over het idee achter de verklaring, mits aan een aantal randvoorwaarden is voldaan.
2. Van de betrokken ouders tekenden sommigen direct maar het merendeel tekenden de verklaring (nog) niet. De proef is te beperkt geweest om hieruit conclusies te kunnen trekken.
3. De knelpunten die in de proef naar voren zijn gekomen, zijn:
a. de tijd die JGZ ervoor nodig heeft; er is bijna altijd een vervolg nodig
b. de taalbarrière bij een deel van de ouders
c. het feit dat de verklaring getekend moet worden, en de betekenis die dat heeft (het ondertekenen is een grote hobbel: het merendeel ondertekent niet, maar wat betekent dat?)
4. Andere overwegingen die naar voren zijn gekomen:
a. Een verklaring kan ouders in een loyaliteitsconflict brengen als de familie ziet dat zij de verklaring hebben ondertekend; zij kunnen zich dan niet meer ‘verschuilen’ achter het wettelijke verbod in Nederland.
b. Een verklaring kan gevoelens van discriminatie oproepen. Autochtone ouders hoeven ook niet te tekenen dat ze hun kinderen niet zullen mishandelen, zelfs niet wanneer is gebleken dat ze dat eerder wel hebben gedaan.
c. Het formaat (het zijn nu A4-tjes) moet worden aangepast (tot bv formaat van een groeiboekje, vaccinatieboekje of paspoort).
d. Het zijn nu 3 documenten (verklaring, brief en folder). Dat is verwarrend, en moet tot 1 document gereduceerd worden.
De resultaten zijn eind april teruggekoppeld aan het ministerie en andere direct betrokkenen.
Hoe verder?
De betrokken beroepsgroepen deelden de conclusie dat het niet wenselijk is ouders in de verklaring in de huidige vorm te laten ondertekenen. Verder is er voorgesteld om de verklaring, begeleidende brief en folder samen te voegen tot één document. Dit document zou in begrijpelijk(er) Nederlands moeten worden geschreven. De JGZ werkinstructie moet worden aangepast. Dit wordt nu teruggekoppeld aan minister Klink. De bedoeling is dat er rond de zomer een nieuwe versie van deze verklaring verschijnt. |