Terugblik Bijeenkomst tegen meisjesbesnijdenis in Utrecht maart 2010

Terugblik Bijeenkomst tegen meisjesbesnijdenis in Utrecht, 28 maart 2010
28 maart was een bijzondere dag voor de aanpak van meisjesbesnijdenis in Utrecht. Op die dag ondertekende burgemeester Wolfsen samen met de migrantenzelforganisaties een poster als teken van hun samenwerking in de strijd tegen meisjesbesnijdenis. Burgemeester Wolfsen is erg betrokken bij dit belangrijke thema. Hij stond samen met Ayaan Hirsi Ali aan de basis van de wet waarmee het ook strafbaar werd om meisjes in het buitenland te laten besnijden. De burgemeester noemde meisjesbesnijdenis consequent vrouwelijke genitale verminking, waarmee hij duidelijk aangaf dat het hier om een ernstige schending gaat van de lichamelijke integriteit van een meisje.
Vóór het ondertekenen van de poster keken zo'n 200 mensen naar de voorstelling Hoyoo Ma'aan van het Rotterdams Wijktheater, naar Utrecht gehaald door STUT. Een ontroerende en humorvolle voorstelling van vier prachtige Somalische vrouwen. Deze dag was een mijlpaal, maar niet de laatste. De aanpak van vrouwelijke genitale verminking in Utrecht gaat door! 

Eindresultaat onderzoek Rol van het Onderwijs
Ter afsluiting van de master Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg heeft Daniëlle van Heck in de periode november 2009 – mei 2010 onderzoek verricht naar de rol van scholen uit het primair en voortgezet onderwijs in de keten van signalering en preventie van meisjesbesnijdenis in Nederland. Hier kwam uit naar voren dat scholen vooral een signalerende rol voor zichzelf zien. Daarnaast werd duidelijk dat scholen over weinig kennis betreffende meisjesbesnijdenis beschikken of over de zorgweg in de school die hier bij past. Gezien de druk op de scholen met diverse maatschappelijke opdrachten en het verzorgen van lessen wordt geadviseerd wel alle scholen een signaalwijzer voor leraren te sturen, maar enkel de zogenaamde zwarte scholen te betrekken in de keten. Lees de Masterscriptie Bestuurskunde binnenkort op onze website.

Terugblik Bijeenkomst AMK en RvdK aandachtsfunctionarissen vgv (21 april 2010)
Op 21 april 2010 is bij Pharos een bijeenkomst gehouden voor aandachtsfunctionarissen vgv van het AMK en de RvdK. De ochtend bestond uit twee delen: het eerste deel uit het uitwisselen van informatie en het tweede deel uit casuïstiekbespreking.

Tijdens het eerste deel vertelde Claire Hostmann (Ministerie van VWS) over de stand van zaken wat betreft de landelijke uitrol van het preventieproject vgv, over de omvorming van het AJN gespreksprotocol (voor JGZ) naar een standpunt ‘Preventie VGV voor JGZ en over de nog lopende proef (door GGD Amsterdam) van de verklaring tegen meisjesbesnijdenis. Marja Exterkate (Pharos) verstrekte informatie over het modelprotocol medisch handelen dat in concept klaar is. Daarnaast gaf zij aan dat er momenteel wordt nagedacht over het organiseren van een studiedag in oktober 2010 over het constateren en diagnosticeren van genitale afwijkingen bij minderjarige meisjes (met een focus op VGV). Marlies de Jager (Pharos) vertelde over de aanpassingen in het handelingsprotocol VGV naar aanleiding van de vergadering van de adviescommissie. Daarnaast besprak zij de uitkomsten van het onderzoek naar meldingsbereidheid onder de risicogemeenschappen ten aanzien van VGV.

Tijdens het tweede deel ging het bij de casuïstiekbespreking (onder andere) om drie bespreekpunten:
1. Wat is het juiste moment voor genitaal onderzoek en door wie?
2. Aan wie moet een school signalen melden: aan JGZ of aan AMK?
3. De rol van een aandachtsfunctionaris vgv binnen het AMK.

Wat betreft het eerste bespreekpunt blijkt dat er geen landelijke afspraken zijn over het moment van genitaal onderzoek, over door wie dat moet worden gedaan en over wanneer een dergelijk onderzoek forensisch wordt vastgelegd door middel van foto’s en een forensische rapportage.

Over het tweede punt wordt verschillend gedacht: de één vindt dat er eerst een rol is voor JGZ, de ander zou het als AMK medewerker direct zelf (willen) oppakken. Er is wel consensus over het feit dat als er vanuit AMK wordt terugverwezen naar JGZ, men er een consult van moet maken zodat men terugkoppeling krijgt. Op die manier kan men vanuit AMK de zaak blijven volgen. Voorkeur heeft ook om daarbij een tijdlijn aan te houden over wanneer die terugkoppeling plaatsvindt.

Wat betreft het derde punt geven de meeste aandachtsfunctionarissen aan dat zij waarschijnlijk binnen het AMK benaderd worden als er een VGV casus is. Dit geldt niet voor alle gevallen. In het algemeen heeft men wel het gevoel binnen het AMK zichtbaar genoeg te zijn als aandachtsfunctionaris VGV en vertrouwt men erop dat collega’s met vragen hen weten te vinden. Men vraagt zich wel af of men ook BJZ-breed zichtbaar genoeg is. Er wordt geopperd dat het een goed idee is om daarover informatie op het BJZ intranet te zetten.

Print
Sluit venster