IOM en WHO over meisjesbesnijdenis en het onderzoek Versluierde Pijn
In de laatste editie van de IOM Gender & Migration Newsletter wordt aandacht besteed aan meisjesbesnijdenis naar aanleiding van de campagne “Global strategy to stop healthcare providers from performing female genital mutilation” .

In veel landen, inclusief Nederland, voelen medici zich soms geneigd om na de bevalling van een vrouw die een infibulatie onderging de schaamlippen weer dicht te naaien (re-infibulatie). Bovendien roepen voorstanders van meisjesbesnijdenis dat indien de besnijdenis onder klinische omstandigheden plaatsvindt, de gevolgen meevallen; er wordt namelijk hygiënisch gewerkt. FGM is echter een verboden praktijk in de meeste van deze landen en de lange termijn

gevolgen zijn uiteraard in geen enkel opzicht anders dan wanneer de besnijdenis niet in een ziekenhuis of behandelkamer plaatsvindt. WHO en IOM hebben nu de handen in elkaar geslagen om de medische beroepsgroepen te wijzen op hun verantwoordelijkheid en te pleiten voor het recht van vrouwen op seksueel genot.
In de nieuwsbrief ook aandacht voor de psychologische, sociale en relationele gevolgen van meisjesbesnijdenis, en voor het onderzoek dat daarover plaatsvond in Nederland (het rapport Versluierde Pijn). Het artikel eindigt met casuïstiek die rechtstreeks verwijst naar bovenstaande situatie; het feit dat geïnfibuleerde Afrikaanse vrouwen in Nederland zich soms zelf hard moeten maken om een re-infibulatie tegen te gaan omdat artsen in ziekenhuizen ervan uitgaan dat het vast ‘zo hoort’ vanwege culturele redenen. Dat deze vrouwen dan wel in staat moeten zijn (taalvaardigheid) om duidelijk te maken dat ze niet opnieuw dichtgemaakt willen worden, is overigens een belangrijke conclusie uit het onderzoek.

Vanaf april 2011 is het onderzoeksrapport Versluierde Pijn ook in het Engels beschikbaar.

Nieuwsbrief downloaden

Global strategy to stop health-care providers from performing female genital mutilation

Print
Sluit venster