Relatie met de asielprocedure in Nederland
Sinds 2001 is het mogelijk dat minderjarigen vanwege een aantoonbare dreiging van meisjesbesnijdenis een beroep doen op een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. Er moet dan sprake zijn van gegronde vrees voor genitale verminking van een meisje bij terugkeer. Wel dient aan bepaalde voorwaarden te worden voldaan. Alle gezinsleden (ouders en eventuele minderjarige broers en zussen) kunnen een afgeleide vergunning krijgen. 
Indien het meisje in aanmerking wil komen voor een verblijfsvergunning op deze gronden, zal moeten aantonen dat:
1.    Er een risico bestaat op meisjesbesnijdenis
2.    Aannemelijk gemaakt kan worden dat de overheid in het land van herkomst geen bescherming kan of wil bieden aan diegene die zich verzet tegen een besnijdenis
3.    Het niet mogelijk is om elders in het land van herkomst veilig te zijn van dit gebruik.
Het Focal point meisjesbesnijdenis krijgt regelmatig vragen over deze mogelijkheid. Het staat tot nu toe niet vast hoe de aanvraag onderbouwd kan worden en hoe ze
beoordeeld wordt. Het is ook ingewikkeld, voor beide partijen, want juist bij meisjesbesnijdenis zijn er heel veel uitzonderingen. Type 1 kan ook moeilijk detecteerbaar zijn.
Een voorbeeld. Meisjesbesnijdenis komt weinig voor in Oeganda, maar het gebeurt wel. Als meisjes daar besneden worden, op welke leeftijd is dat dan? Kan de IND aanvragen van meisjes boven de 12 jaar zonder meer afwijzen of is dat onterecht?
De ervaring leert dat er altijd uitzonderingen zijn. Soms worden meisjes, zelfs als ze al ouder dan 16 jaar zijn, in Afrika besneden, bijvoorbeeld voor haar bruiloft, omdat de schoonfamilie dat zo gewend is. In het vluchtelingenrecht gaat het om specifieke gevallen en in dit geval zou het meisje dus recht hebben op bescherming. Maar hoe is dat aan te tonen?
Een ander ingewikkeld punt is dat het aanvragen van asiel ter bescherming tegen meisjesbesnijdenis geldt voor meisjes die niet besneden zijn. Op dit moment vraagt de      >>
Print
Sluit venster