In de Wet op de Jeugdzorg wordt in art 1 sub m kindermishandeling omschreven als: | • bezien of zorg nodig is; • eventueel in kennis stellen van andere justitiële autoriteiten van (een vermoeden van) kindermishandeling; • informeren van de melder over de ondernomen stappen; • eventueel aan de melder advies geven over de stappen die de melder zelf kan ondernemen en zonodig ondersteunen daarbij. Artikel 1: 254 lid 1 BW geeft de grond voor ondertoe-zichtstelling van minderjarigen aan. Dit kan gebeuren als een minderjarige zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd en andere middelen ter afwending hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. Artikel 1: 261 lid 1 regelt dat de kinderrechter in het uiterste geval een kind uit huis kan plaatsen. |