Beleid en wetgeving in Europese landen

Door emigratie heeft Europa kennis gemaakt met vrouwelijke genitale verminking. Van oorsprong komt het niet voor bij Europese bevolkingsgroepen. Gedurende de afgelopen twee decennia zijn er in veel Europese landen projecten ontwikkeld en uitgevoerd ter bestrijding van meisjesbesnijdenis.
Naar schatting wonen er in Europa 500.000 vrouwen die een besnijdenis hebben ondergaan en zijn er per jaar 180.000 meisjes/vrouwen die besneden worden of het risico lopen besneden te worden. 
Overheden hebben het besnijden van meisjes verboden. In veel landen valt dit verbod onder de algemene wetgeving, zoals ook in Nederland.
Een aantal landen hebben specifieke wetgeving zoals Zweden (eerste land met specifieke wet), Engeland, België, Oostenrijk en Noorwegen. Opvallend is dat in deze landen voor zover bekend nooit een rechtszaak heeft plaatsgevonden: uitzondering is Zweden, waar medio 2006 een eerste vonnis werd uitgesproken sinds de wetinvoering van 1982.

In Frankrijk, waar geen specifieke wetgeving bestaat, zijn in ongeveer 25 rechtszaken uitvoerders van besnijdenissen en/of ouders van meisjes die besneden waren, veroordeeld. (Zie werkbezoek Frankrijk staatssecretaris Bussemaker). In het overzicht (zie Samenvatting beleid/wetgeving vgv per Europees land) is te vinden welke verschillen er zijn.
Een analyse van Europese wetgeving inzake meisjes-besnijdenis (Leye & Deblonde 2004) laat zien dat een aanscherping van de wet op zich geen positief effect heeft op het voorkomen van dit gebruik. Besnijdenis blijft in de illegaliteit of in het herkomstland plaatsvinden en er zijn slechts weinig aangiften bekend. De huidige Europese projecten combineren sociaal-cultureel onderzoek en groepsspecifieke voorlichting met goede zorg aan besneden vrouwen en dat lijkt een goede benadering. Door gerichte voorlichting in Europa en in landen van herkomst wordt langzaam maar zeker een verandering bereikt in deze traditie. Het belangrijkst blijft      >>
Print
Sluit venster