Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) regelt in artikel 3 dat niemand mag worden onderworpen aan onmenselijke of vernederende behandelingen. In artikel 8 EVRM is de verplichting van de lidstaten neergelegd om hun burgers bescherming te bieden, eventueel met inzet van het strafrecht. Ingrijpen in de privésfeer van burgers is slechts toelaatbaar wanneer de bevoegdheid tot ingrijpen bij wet voorzien is, noodzakelijk is in een democratische samenleving en een legitiem belang dient zoals de bescherming van de gezondheid of het voorkomen van strafbare feiten. | opsporing, melding, verwijzing, onderzoek, behandeling en follow-up van gevallen van kindermishandeling. Artikel 24, lid 1 IVRK regelt dat de lidstaten alle doeltreffende en passende maatregelen nemen om traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen. Artikel 4 van de Verklaring inzake de uitbanning van geweld tegen vrouwen verwerpt uitdrukkelijk een beroep op de traditie door lidstaten, als excuus om geweld tegen vrouwen te gedogen. In artikel 10 van de Nederlandse Grondwet is het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit vastgelegd. |