Beleid en instrumenten
In 1993 heeft de regering het standpunt ingenomen dat alle vormen van meisjesbesnijdenis verboden zijn en dit verbod sluit aan bij het WHO standpunt om geen enkele vorm van meisjesbesnijdenis te verrichten.
Het Nederlandse beleid is gericht op preventie, vooral in de vorm van voorlichting. Strafrechtelijk ingrijpen vormt het sluitstuk van het beleid.
De bemoeienis en betrokkenheid van de overheid zijn in 2005 omgezet in beleid en maatregelen die gericht zijn op een intensievere aanpak van de bestrijding van besnijdenis. De maatregelen omvatten onder meer
a) Preventieve acties voor (en door) risicogroepen
b) Preventieve acties door (medische) beroepsgroepen
c) Een grotere inzet van de jeugdgezondheidszorg
d) Vroegtijdige signalering
e) Actievere voorlichting
f) Vanuit een focalpoint bij een landelijk kenniscentrum (Pharos)Preventietraject
In 2006 is de pilot preventie vrouwelijke genitale verminking gestart in 6 steden waarin relatief veel mensen uit de risicolanden wonen. Dit preventietraject is een intensieve samenwerking tussen GGD-en van zes pilotgemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Tilburg), Pharos en FSAN (Federatie van Somalische Associaties Nederland). De preventieactiviteiten dienen enerzijds om bij risicogroepen zelf een collectief gedragen gedragsverandering te bewerkstelligen. Anderzijds zijn ze gericht op het vergroten van het urgentiebesef bij alle partijen die met dit onderwerp in aanraking komen. Te denken valt aan medici, verloskundigen, jeugdartsen, AMK’s (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling), Raad voor de Kinderbescherming en anderen (integrale ketenaanpak). Eind 2008 en begin 2009 is deze pilot geëvalueerd en daaruit komt naar voren dat de preventieve aanpak zijn vruchten lijkt >>af te werpen. (zie B&A onderzoek en Montfoort rapport). In 2010 zal deze pilot landelijk worden uitgerold.
Gespreksprotocol
Door de Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN) is een gespreksprotocol meisjesbesnijdenis ontwikkeld. Het gespreksprotocol meisjesbesnijdenis biedt handvatten voor artsen en verpleegkundigen in de jeugdgezondheidszorg om, ter preventie van meisjesbesnijdenis, gestructureerd een gesprek te voeren met ouders en familie van meisjes uit risicogroepen. Dit draagt bij aan het op een aantal vastgestelde momenten voeren van een gestructureerd gesprek, met ouders en familie van meisjes uit landen waar meisjesbesnijdenis wordt gepraktiseerd. De methode ‘motiverende gespreksvoering’ is de leidraad van het protocol. Het protocol is landelijk ingevoerd, maar is in eerste instantie uitgezet in de zes steden van de pilotprojecten. Daar worden ervaringen geregistreerd en geëvalueerd.
Dit protocol wordt eind 2009/begin 2010 geëvalueerd, en zal naar verwachting grondig worden herzien.
In het gespreksprotocol is een beslisboom te vinden. Deze beslisboom is erop gericht meisjes die het risico lopen besneden te worden, bescherming te bieden. >>

>> Meldingen bij AMK
Een vermoeden van VGV bij minderjarigen kan iedereen altijd direct melden bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Tussen 1 juli 2007 en 1 maart 2008 zijn 44 adviesvragen en meldingen over VGV binnengekomen bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling en de Raad voor de Kinderbescherming. Deze meldingen van vermoedens van vgv hebben in Nederland nog nooit geleid tot een vervolging of strafbaarstelling voor meisjesbesnijdenis. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk, waar dit wel het geval is. Zie voor meer informatie: AMK rapport
Meldcode voor professionals
Voor iedere professional geldt bij een vermoeden van een dreigende meisjesbesnijdenis of een uitgevoerde besnijdenis dat hij of zij moet handelen volgens het stappenplan behorende bij de eigen meldcode. De overheid gaat een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling bij wet verplicht stellen. Het gaat hierbij niet om een meldplicht voor professionals, maar over het beschikken van een meldcode, om bij signalering van geweld volgens de daarin genoemde stappen te werken. Het geeft professionals een handelingsrepertoire bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. De geplande inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2011. Veel beroepsgroepen hebben al een meldcode. Indien deze er nog niet is, kijk naar de meldcode en het stappenplan "Artsen en Kindermishandeling" van de KNMG. Deze is te vinden op www.artsennet.nl , en daarin zijn de volgende stappen uitgeschreven:
1. onderzoek
2. advies bij AMK en eventueel bij een deskundig collega
3. zo mogelijk gesprek met de ouders
4. zo nodig overleg met betrokken professionals
5a. reële kans? zo spoedig mogelijk melden bij AMK
5b. monitoren van hulp, zo nodig alsnog melden bij AMK >>Het AMK besluit of een melding in onderzoek wordt genomen. Wanneer het AMK niet tot onderzoek overgaat, wordt met de melder besproken wat de aangewezen vervolg-stappen voor de melder kunnen zijn. Het AMK handelt verder volgens het handelingsprotocol vgv.
Voortgangsrapportage Beschermd en Weerbaar
Wetgeving
De afgelopen jaren is wetgeving betreffende vrouwelijke genitale verminking aangescherpt. In Nederland is geen sprake van specifieke wetgeving, maar kunnen de ouders vervolgd worden voor opzettelijke mishandeling. De besnijd(st)er kan vervolgd worden voor het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst. Artikelen 300 t/m 304 van het Wetboek van Strafrecht zijn hierop van toepassing.
Meisjesbesnijdenis is een vorm van kindermishandeling. In het Nederlandse Wetboek van Strafrecht valt meisjesbesnijdenis onder opzettelijke mishandelingsdelicten of onder het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst. Er staat een maximale gevangenisstraf van 12 jaar op. Als een meisjesbesnijdenis door een ouder zelf wordt uitgevoerd op zijn eigen dochter, of een kind over wie hij het gezag uitoefent of wie hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, kan de straf met een derde worden verhoogd (art. 304 sub 1 Sr).
Ook in het geval dat de ouders opdracht geven voor een besnijdenis, hiervoor betalen, middelen leveren waarmee de besnijdenis wordt uitgevoerd en/of meehelpen tijdens de besnijdenis, zijn zij strafbaar. Deze handelingen worden beschouwd als mededaderschap, uitlokking dan wel medeplichtigheid (artikel 47 en 48).
Artsen die meewerken aan meisjesbesnijdenis, kunnen worden berecht op grond van het medisch tuchtrecht. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft in 2008 de nieuwe gezondheidswetten en veldnormen gepubliceerd over hoe men moet handelen bij een melding van vgv in Nederland. Dit geldt zowel bij een mogelijke aanstaande als bij >>een al verrichte besnijdenis (igz Bulletin februari 2008).
Sinds 1 februari 2006 kan een verdachte worden vervolgd voor een in het buitenland uitgevoerde besnijdenis, indien de verdachte de Nederlandse nationaliteit heeft of in Nederland een vaste woon- of verblijfsplaats heeft.
Nieuwe wetgeving: verlenging van de verjaringstermijn
Vanaf 1 juli 2009 is de verjaringstermijn verlengd. De verjaringstermijn gaat in vanaf de 18e verjaardag van het meisje en bedraagt bij ernstige vormen van meisjesbesnijdenis 20 jaar. Een vrouw heeft in dat geval tot het moment waarop zij de leeftijd van 38 jaar bereikt de mogelijkheid om aangifte te doen van haar besnijdenis.
Specifieke wetgeving of algemene wetgeving?
Regelmatig komt ter discussie of er in Nederland geen specifieke wetgeving zou moeten zijn. Daarover heeft de commissie RVZ in een advies aan de regering in 2005 het volgende gesteld:
1. “Meisjesbesnijdenis is in Nederland strafbaar als mishandeling (artikelen 300 tot en met 304 Sr). Dat betreft zowel de persoon die de besnijdenis uitvoert als de personen die deze handeling medeplegen, uitlokken danwel daaraan medeplichtig zijn (artikelen 47 en 48 Sr). Ouders die hun dochter laten besnijden, zijn dus strafbaar. Hoewel er op dit punt geen jurisprudentie is, bieden deze bepalingen volgens het kabinet voldoende basis en ruimte om strafrechtelijk op te treden tegen zowel ernstige als minder ernstige vormen van vrouwelijke genitale verminking.
2. Strafrechtelijk optreden tegen meisjesbesnijdenis loopt aan tegen problemen vanwege de aard van het verschijnsel, niet vanwege de wijze van strafbaarstelling. Zo is de deelneming van de ouders aan de besnijdenis (in het buitenland) lastig aan te tonen. De vraag is of afzonderlijke strafbaarstelling dan meer kans biedt op een succesvolle strafvervolging; >>waarschijnlijk niet. Ook een afzonderlijke strafbaarstelling vereist immers bewijs van de betrokkenheid van de ouders. De mededeling van een besneden meisje dat zij de besnijdenis vrijwillig heeft ondergaan, staat overigens vervolging van de ouders voor mishandeling niet in de weg.
|